Vorige week liep
ik rond met een halfopgevreten gezicht. Althans, zo leek het toch bij het horen
van de reacties op het gesprongen adertje in mijn oog. Het was niks ernstigs,
maar toch bleef de opmerking: "Maar zeg, jouw oog zit helemaal rood!"
voorbij komen, wat ik nog duizend keer vervelender vond dan de rode vlek in
mijn oog zelf. Ik kon toen immers niks anders zeggen dan: "Ja, ik weet
het." terwijl ik ondertussen hoopte dat mijn oogwit ook echt weer helemaal
wit werd. Niet dat ik er last van had, na een week was ik het ge-ieuw gewoon
grondig beu.
Ik wist dus dat
er een ader in mijn oog gesprongen was, omdat ik dat 's ochtends in de spiegel
had gezien. Eigenlijk had ik het al kunnen zien aankomen toen ik de avond
ervoor in al mijn enthousiasme mijn jas aantrok (Wat wil je, ik mocht erop
uit!) en daarbij met het metalen uiteinde van een lusje tegen mijn oog sloeg. Maar
het was pas de day after dat ik net uit bed gerold was en in de badkamer
geconfronteerd werd met een spiegelbeeld van mezelf en, alsof mijn net-uit-bed-look
als niet erg genoeg is, een rode vlek in het oog. Niet erg aangenaam
natuurlijk, maar ik had het tenminste zelf al eerste gemerkt. En toen maakten
mijn hersens een rare kronkel, want ik zag opeens een heel nieuwe wereld voor
me.
Namelijk een
wereld waarin je alleen de andere kan zien en nooit jezelf. Zou dat ons leven
helemaal ondersteboven gooien? Natuurlijk. Maar wat als we nooit beter hadden geweten?
We zouden wel nog onze armen en andere vrij beweegbare ledematen kunnen
bekijken, maar hoe ons gelaat en ons lichaam er in zijn geheel uitziet zouden
we nooit weten. Daartoe zouden ten eerste spiegels, die al sinds de oudheid
bestaan, de mens is immers altijd een ijdeltuit geweest, verbannen moeten
worden. Ook wateroppervlakken, ruiten, deksels van kookpotten en alles waarin
de mens ook maar een beetje een weerspiegeling kan bemerken, moeten verdwijnen.
Er zouden met andere woorden tienduizenden dingen moeten veranderen, maar in
mijn ogen zou het het allemaal waard zijn.
In al mijn enthousiasme
ben ik echter nog één struikelblok vergeten weg te werken, namelijk foto’s. In
de puur imaginaire wereld die ik voor ogen heb, zou dat geen probleem zijn,
moest het om foto’s van andere mensen gaan. Maar wat op feestjes? Iedereen zou
wel kunnen poseren voor een groepsfoto, maar die zou uiteindelijk nooit door
iemand gezien mogen worden, omdat ze er altijd zelf ook op zullen staan. En
voor we een hypergesofisticeerde samenleving terecht komen waar het iemands job
is om foto’s te censureren, dumpen we gewoon al de camera’s. Een paar van mijn
vrienden die gewoonlijk net heel wat vogels de andere kant op zien vliegen als
er een camera opduikt, zouden dan waarschijnlijk enorm tevreden zijn.
Minder tevreden
zouden de vele modellen zijn die dan op straat staan. Het is immers niet de
bedoeling dat ze opeens de Vogue openslaan en daar zichzelf aantreffen. Maar he, always look at the great side of
life: misschien zouden dan al die klote ziektes zoals anorexia en boulimie
verdwijnen, omdat we eindelijk niet meer constant geconfronteerd worden met
beelden waaraan we volgens de modewereld aan moeten voldoen. Daarnaast kan er
ook niemand meer zeuren dat hij/zij niet fotogeniek is, er zullen nooit meer
naaktfoto’s uitlekken (aangezien ze niet meer gemaakt kunnen worden) en
vriendinnen kunnen nooit meer voorstellen om debiele foto’s te nemen die ze dan
vervolgens op allerlei sociale netwerksites pleuren. En ik vergeet ze bijna!
Ook de aandachtsgeile tienermeiden van wie de nummer één bezigheid het posten
van foto’s is waar ze dan vervolgens de beschrijving “Ik ben zooooo lelijk he”,
bijzetten om daarna wel gewillig alle complimentjes die ze krijgen te incasseren.
Je zou haast een beetje opgewonden raken bij het, helaas wel onmogelijke, idee
om al de camera’s ter wereld te vernietigen.
Maar nu ik er
vrij zeker van ben dat al de praktische aanpassingen gemaakt zijn, kunnen we
ons gaan inbeelden hoe zo’n leven zou zijn. Wellicht zou het ons veel
hilarische situaties opleveren. De baas die met een klak mayonaise aan zijn
wang het kantoor binnenstapt, een klasgenoot die een hele dag met zijn trui
binnenstebuiten rondloopt, iemand die een potlood in zijn haar heeft zitten,
iets groens tussen de tanden, etc. Zo’n dingen komen nu ook al voor, maar
meestal kunnen we zelf nog de schade beperken door op tijd en stond eens een
blik in de spiegel te werpen. Als je jezelf niet kan zien, komt het op anderen
aan. En als zij beslissen om je niks te vertellen dan kan je wel een tijdje
voor schut rondlopen.
Vandaar dat ik me
afvraag of mensen ook eerlijker zouden worden. Als je zelf enkel op de mening
van een ander kan vertrouwen, word je daar vanzelf ook niet eerlijker van? Waarom zou je liegen over hoe goed je vriendin
staat met die nieuwe rok die ze net heeft aangetrokken als het eigenlijk
spuuglelijk is? Want wat als jij straks met een verschrikkelijk kledingstuk de
paskamers komt uitgewandeld? Wil je dan liever een gemeende: “Dat staat jou
echt niet!” of eerder een geveinsde: “Oh, mooi hoor!” horen?
Hoogstwaarschijnlijk zal je voor het eerste opteren. Of hoe we eindelijk een eerlijk antwoord
zouden krijgen op de eeuwenoude hamvraag: “Is mijn gat te dik in deze rok?”
En verliefd worden?
Gaat dat dan de Belle en het Beest-toer op? Ik ben er echter vrij zeker van dat
iedereen het al eens uit z’n mond heeft horen rollen: “Soort zoekt soort.” Of
met andere woorden: mooie mensen daten mooie mensen en lelijke, dikke of gewoon
normale mensen die net niet onder de noemer “mooi” vallen zoeken genegenheid
bij elkaar. Oke, ik loop misschien iets te hard van stapel. Persoonlijkheid, en
dan liefst een aangename, speelt natuurlijk ook nog steeds mee bij het op zoek
gaan naar de liefde van ons leven. En in de wereld zonder spiegels, zou het nog
veel belangrijker zijn om tof gezelschap te zijn.
“Hoezo dan?” Hoor ik je denken. Wel ten eerste weet je niet of je mooi bent. Je kan wel naar hartenlust andere mensen raten op basis van hun schoonheid, maar over je eigen x-factor kom je nooit iets te weten. Afgezien van mensen die je zeggen dat je er goed uitziet (of juist niet), maar waarom zou je hen vertrouwen? Hoogstwaarschijnlijk liegen ze toch. Dus komt er bij de zoektocht naar de ideale partner erop gewoon op aan om je niet te laten leiden door het uiterlijk van de ander, maar wel elkaar echt te leren kennen. Voel je de kansen op een happily ever after voor iedereen stijgen
“Hoezo dan?” Hoor ik je denken. Wel ten eerste weet je niet of je mooi bent. Je kan wel naar hartenlust andere mensen raten op basis van hun schoonheid, maar over je eigen x-factor kom je nooit iets te weten. Afgezien van mensen die je zeggen dat je er goed uitziet (of juist niet), maar waarom zou je hen vertrouwen? Hoogstwaarschijnlijk liegen ze toch. Dus komt er bij de zoektocht naar de ideale partner erop gewoon op aan om je niet te laten leiden door het uiterlijk van de ander, maar wel elkaar echt te leren kennen. Voel je de kansen op een happily ever after voor iedereen stijgen
Hoewel het nu hoogstwaarschijnlijk allemaal wat abstract lijkt, zou het na een tijdje gewoon natuurlijk zijn dat men zichzelf nooit kan bekijken. Minstens even natuurlijk dan als hoe men het nu gewend is om af en toe een blik in de spiegel te werpen. Ik denk dat het tot best amusante avonden onder vrienden zou kunnen leiden. Met een drankje en hapje bij de hand beschrijven hoe de ander eruit ziet. Het lijkt me best gezellig, alleen zou ik het dan achteraf niet kunnen laten of even een amateuristische robotfoto te maken op basis van de beschrijving die ik van mezelf te horen heb gekregen. Of ik dan teleurgesteld ben of niet, het zou niks uitmaken: ik moet toch nooit naar mijn eigen smoel kijken.
Helaas zal dit
alles op planeet aarde nooit kunnen gerealiseerd worden, maar moest er ooit bij
plaatsgebrek een andere planeet zijn deuren openen: dan dien ik bij deze graag
dit idee in!